Raadselachtige grafzerk in Steggerda Raadselachtige grafzerk in Steggerda

Als het mogelijk was in de kerk en het liefst zo dicht mogelijk bij het altaar. In het begin werden alleen belangrijke inwoners en geestelijken begraven in de grafkel-ders. De graven werden afgedekt met hardste-nen dekplaten met ingehakte symbolen, teksten, wapens. Later werd het mogelijk, dat ook ande-ren in de kerk worden begraven. Vanwege de kosten was dit lang niet voor iedereen wegge-legd. Mensen met minder geld werden begraven op het kerkhof rondom de kerk. De allerarmsten op de mindere plaatsen van het kerkhof, soms in een gemeenschappelijk graf.
Het begraven in de kerk gebeurde niet altijd even zorgvuldig. Geruimd werd er niet en de kerk raakte op den duur vol. Vanwege het ge-brek aan ruimte was het niet altijd mogelijk
iedereen in een eigen graf te begraven. Het wa-ren meestal familiegraven. Door het herhaald lichten van de zerken, het graven in de kerk, verzakten vaak de vloeren. De stenen sloten niet meer goed aan en het gevolg was, dat er in de kerken, vooral bij warm weer, een permanente geur hing. Mogelijk is het gezegde: “Rijke stin-kerd” daaraan ontleend.
In de 18de eeuw kwam langzaam het besef op dat begraven in de kerk toch niet zo ideaal was. In 1795 kwam er een verbod op begraven in de kerk. Dit was ten tijde van de Bataafse Repu-bliek. (Franse tijd 1795 - 1813) In een plakkaat van 8 juni 1795 werd dit bekend gemaakt. In Steggerda voor de kansel is nog zo’n oud graf te zien.

Aan de bovenzijde van de zerk staat: “anno 1642”.
Op de steen staat een vers:
Ick, die (hier lich) begraven
be(en) (nu in veilige) haven
(zoals de Heere heeft) toegeseit
(en ick ook immer heb) verbeit
(So lich ick hier) onder begraven
(UHeere ick) roepe aen.

terug