Onuitspreekbaar Onuitspreekbaar

Als een priester uit de tempel naar buiten komt, zoals Zacharias in Lucas 1:22, verwacht het volk dat hij een zegen uitspreekt. In Numeri 6:22-27 lezen we de priesterzegen. Dat is de zegen die de priesters iedere dag aan het volk van God moesten geven. Vaak wordt Gods zegen in het Oude Testament met heel concrete dingen verbonden: kinderen, geluk, welvaart, veiligheid. Maar in de priesterzegen ligt de nadruk net iets anders: hier gaat het om de aanwezigheid en nabijheid van God. Die aanwezigheid beschermt zijn volk en zorgt voor een vrede die veel meer is dan de afwezigheid van oorlog.

Op die zegen wacht de menigte ook als Zacharias langer in de tempel blijft dan normaal (Lucas 1:21-22). Maar als hij uiteindelijk naar buiten komt, kan Zacharias de priesterzegen niet uitspreken. Toch ontvangt het volk een zegen door hem, door wat er in zijn leven gebeurt. En dat is opvallend. Door de geboorte van Johannes zegent God Zacharias persoonlijk met een zoon, maar tegelijkertijd zegent hij ook heel zijn volk. Door de geboorte van Johannes (en een paar maanden later de nog belangrijkere geboorte van Jezus) zal God zijn volk beschermen en vrede geven.

Ben jij weleens gezegend of voel je je weleens een gezegend mens? Herken(de) je op dat moment iets van de woorden uit de priesterlijke zegen?

terug