Vol verwachting Vol verwachting

Het is best een verwarrende belofte die de engel Gabriël in Lucas 1:32 overbrengt: ‘God zal jouw zoon de troon van zijn vader David geven!’ Niets wijst erop dat Maria van koninklijke afkomst is. Bovendien was er in Israël al eeuwenlang geen koning meer geweest die familie was van David, en er was geen reden om te denken dat daar verandering in zou komen.

Toch zijn deze woorden helemaal in lijn met de verwachting van veel mensen in de tijd van het Nieuwe Testament. Een verwachting die alles te maken had met teksten zoals 2 Samuel 7. Die tekst vertelt dat David een tempel voor God wil bouwen, zodat de ark van het verbond, de heilige kist met de wetten erin, voor altijd veilig zal zijn. Maar via de profeet Natan zegt God juist tegen David dat het andersom zal zijn: hij gaat een huis bouwen voor David, een koningshuis. Voor altijd zal er familie van David op de troon zitten. Zelfs toen er met de ballingschap een breuk kwam in deze koningslijn, bleven de Israëlieten uitkijken naar een koning uit de familie van David: Gods gezalfde, de messias, die eindelijk voor vrede zou zorgen.

Met een paar woorden – David, troon, Zoon van de Allerhoogste, eeuwigheid – maakt Gabriël duidelijk dat die verwachting eindelijk uitgekomen is.

terug