19de eeuw

19de eeuw

In de Velden rond Noordwolde komen mensen uit de kolonie terecht doordat:
1. Er mensen uit de kolonie werden gezet wegens wangedrag.
2. Er mensen waren die de kolonie verlieten vanwege de strenge tucht die daar heerste.
3. De kinderen van de kolonisten, wanneer ze achttien werden, buiten de kolonie werk moesten zoeken als er geen hoeve of ander werk voor hen beschikbaar was.
De gewezen kolonisten hebben zich in zowel woon- als werkwijze bij de veenarbeiders aangepast. Net als dezen bouwden zij een plaggenhut en verdienden de kost met seizoenarbeid in de landbouw en het veen, het vlechten van mandjes en later het werk in de rietvlechtindustrie.
Noordwolde kreeg in vrij snel tempo een flinke toename van de bevolking. Om een voorbeeld te geven: in 1850 had Noordwolde 2.457 inwoners en Wolvega 1.346. Vijftig jaar later respectievelijk 3.518 en 2.399. Men kan dus zeggen dat de steden in het westen van ons land, door hun armen tegen betaling naar de Maatschappij van Weldadigheid te sturen, de omliggende gemeenten met grote problemen opzadelden.
De grote toename van de bevolking betekende ook 1853-1966, met zijbeuk dat de kerk te klein werd. In 1853 besluiten de Floreenplichtigen een zijbeuk aan de kerk te bouwen. Boven de ingang van de zijvleugel wordt een steen ingemetseld die na de restauratie in 1964 onder de orgelgalerij wordt geplaatst. De preekstoel komt dan op zijn huidige plaats te hangen.
Ds. A. F. Eilerts de Haan 1860 - 1868
Als ds. A. F. Eilerts de Haan in 1860 naar de dan zelfstandige gemeente Noordwolde wordt beroepen is hij diep onder de indruk van de grote armoede in de plaggenhutten rondom Noordwolde. Hij is de eerste dominee in Noordwolde van de Moderne (vrijzinnige) richting. Hij besluit onderzoek te doen naar de oorzaken van de armoede en komt tot de conclusie dat de grondstof voor de mandjes schaars is en de winsten te klein zijn. Hij stelt voor om aan de in 1864 opgerichte naai- en breischool (die arme meisjes van heidebewoners kosteloos onderricht geeft in vrouwelijke handwerken) een werkschool te verbinden. Het lukt hem geld bijeen te brengen en zo kunnen ongeveer zeventig meisjes uit de armste gezinnen les krijgen in strovlechten, om hoeden en petten te maken. Omdat het gebied rijk is aan russchen en biezen zal ook de mattenvlechterij worden beoefend. In 1868 vertrekt ds. Eilerts de Haan.

terug