Ds. H. Edema van der Tuuk 1869 -1879 Ds. H. Edema van der Tuuk 1869 -1879

Hij is theologisch goed onderlegd, want nog in de tijd dat hij in Noordwolde is promoveert hij. Zijn dissertatie gaat over Johannes Bogerman, voorzitter van de Dordtse Synode in 1618. Daarnaast was hij een zeer praktische man. Evenals zijn voorganger heeft hij veel gedaan om de ellende van de arme heidebewoners te verlichten. Hij neemt het beheer van de industrieschool over. In 1869 of in 1870 ziet hij in een winkel op de Nieuwendijk te Amsterdam meubels van rietwerk, door Duitsers vervaardigd. Dit brengt hem op de gedachte (omdat het mandjes vlechten hier alom werd beoefend) om de fabricage van meubels in Noordwolde in te voeren. Van de medebestuurders van de school krijgt hij volledige vrijheid van handelen en de beschikking over beperkte geldmiddelen. Hij reist met L. Nieuwenhuis naar Duitsland om een bekwame leermeester te zoeken. In de stad Weener vindt hij zo'n vakman. Met hem gaat hij een contract aan: de Duitser zal een zeker aantal leerlingen bepaalde voorwerpen zo leren maken, dat zij zich verder zonder hulp kunnen redden. Om de zaak op gang te brengen heeft Van der Tuuk die enige tijd voor eigen rekening gedreven, met een paar werklieden in dienst. Hij is dan predikant / fabrikant en heeft patent.
De industrie ontplooit zich goed. Een artikel in het "Nieuw advertentieblad" (23-2-1895) spreekt van een industrie die tot bloei is gekomen. De jaarlijkse omzet varieert van f 50.000,- tot f. 80.000,-. In 1898 viert men twee dagen feest, als de stoelenindustrie 25 jaar bestaat. Ds. Van der Tuuk is eregast en wordt op grootse wijze onthaald. Hij heeft Noordwolde een nieuwe industrie gegeven waarin dan 125 mensen werkzaam zijn.
In de tijd dat ds. Van der Tuuk in Noordwolde is gaat het goed in de landbouw. De kerkvoogden krijgen hoge pachten binnen. Zo is er geld om van alles te vernieuwen. In 1868 wordt de (nu verkochte) pastorie gebouwd. Als de dubbele klokkenstoel bouwvallig wordt in 1874, vervangt men die door een toren op de kerk te bouwen.
Een gift van mejuffrouw Maria Kuyper, groot f. 1.000,- voor de bouw van een orgel in de kerk, doet de kerkvoogden besluiten de firma van Dam uit Leeuwarden opdracht te geven tot de bouw van het huidige orgel. De kerkvoogden moeten nog ongeveer f.3000,- bijpassen. Het orgel wordt gebouwd in de zijvleugel. Na de restauratie in 1964-1967 is het orgel verplaatst naar de huidige locatie. Alleen stond het toen achter de balustrade. Na de nu pas afgesloten restauratie is het orgel iets naar voren geplaatst zodat het weer in volle glorie is te bewonderen en te beluisteren. Maria Kuyper was de oudste dochter van ds. H. Kuyper, predikant van deze gemeente van 1797 tot 1839.
Als ds. Edema van der Tuuk in 1879 naar Kimswerd vertrekt is de gemeente voor die tijd goed geoutilleerd. De Floreenplichtigen hebben van de agrarische bloei geprofiteerd om de gebouwen op te knappen. Dat was maar goed ook, men zou er een hele tijd op moeten teren omdat de agrarische crisis al was begonnen.Hoewel er ook een algemene economische crisis heerst, heeft de agrarische crisis de grootste impact op Friesland en deze regio die tot ongeveer 1900 aanhoudt. Vooral de hongerwinters in 1892 en 1893 veroorzaakten veel ellende. De seizoenarbeiders hoorden bij de slechts betaalden. Als de lonen steeds omlaag blijven gaan ontstaan er vaak spontane stakingsacties. Ook zijn deze arbeiders zeer ontvankelijk voor de boodschap van het socialisme met name zoals die door Domela Nieuwenhuis wordt verkondigd. De belangstelling voor de kerk neemt af. Dit blijkt o.a. Uit de lijst van stemgerechtigde manslidmaten uit 1905. De lijst bevat 190 namen terwijl in 1885 er nog 263 namen op die lijst stonden. De bevolking van Noordwolde is in diezelfde tijd met 555 personen toegenomen.

terug