Om over na te denken Om over na te denken

Aswoensdag
Gerechtigheid doen, bidden, vasten – je kunt het doen om te laten zien hoe goed je bent, het kan een daad van zelfbevestiging zijn, iets waar je je op kunt laten voorstaan. Je kunt geven omdat je er eigenlijk iets voor terugverwacht, op zijn minst dankbaarheid. Maar gerechtigheid doen is onvoorwaardelijk. Jezus draait het om in de Bergrede: laat je linkerhand niet weten wat je rechterhand doet, bid in het holst van het huis waar niemand je ziet, vertoon je niet als je vast en onthoud je van luxe. Compassie, voorbede, zelfbeheersing: je doet het voor een ander en dus voor God. Is dit niet het vasten dat God verkiest: boeien losmaken, banden ontbinden, verdrukten verlossen en het juk verbreken? Is vasten niet in wezen hetzelfde als barmhartigheid bewijzen aan hongerenden, vreemdelingen, de naakten kleden? (Jesaja 58: 6-7) Zo is Jezus bij Matteüs de opvolger van Jesaja, zo is hij, het Godskind, de uitverkoren profeet die voorleeft wat hij predikt. Die bidt, zelfs voor zijn vijanden, die brood breekt en deelt met de verworpenen der aarde en veertig dagen en nachten in de woestijn vertoeft om zich voor te bereiden op zijn missie op aarde. Die missie is ‘alle gerechtigheid te vervullen’ (Matteüs 3:15), de gerechtigheid uit het visioen van Jesaja. Daarvoor is inkeer, concentratie, focus nodig, maar geen wereldmijding en narcistisch vertoon. Daarvoor is verstilling nodig, als die van een moeder in afwachting van haar kind.


Dat wij weer weten,
dat wij gemaakt zijn,
genomen, gevormd,
uit stof van de aarde.
Dat wij weer weten,
dat Gij uw adem
ons hebt geschonken;
adem in ons.
Adem in ons,
breekbaar en broos,
kruiken van aarde,
dat wij weer weten,
dat Gij ons vormt.
Dat wij weer weten
dat wij gemaakt zijn.
Dat wij weer weten,
dat wij verwant zijn:
rotsen en gras,
mensen en lucht,
sterren en zaad,
nijlpaard en musje.
Dat wij weer weten,
dat wij gemaakt zijn.
Dat wij weer weten,
dat wij weerkeren,
terug in het stof.
Dat wij weer weten,
dat wij gemaakt zijn.
Dat wij ons voegen
in het werk van uw handen.
Aswoensdag, Andries Govaart,
(uit: Continuo, december 2000)

Gebed
Lieve God,
In de hectiek van alledag en in de storm van prikkels in ons leven, zoeken wij verstilling, willen we even niet geleefd worden, zoeken wij ons zelf en zoeken wij u. Laat ons in deze veertig dagen ons voorbereiden op onze dienst in de wereld, ons concentreren op wat vrede en gerechtigheid brengt in deze wereld, en wat onze bijdrage daaraan zou kunnen zijn.
Lieve God, geef mij een rol in uw geschiedenis, en leer mij mijzelf kennen om de ander te kunnen ontmoeten.
Uit: liturgiegids Veertigdagentijd 2018 van Kerk in Actie

 

terug