Om over na te denken Om over na te denken

Toch zijn heiligen van wezenlijke betekenis voor het geloof. Heiligen zijn mannen en vrouwen die ons tot voorbeeld mogen dienen door hun wijze van geloven. Aanvankelijk waren dat martelaren, mensen die vanwege hun standvastige geloof op een gruwelijke manier om het leven werden gebracht. Hun sterfdag werd als hun ‘geboortedag’ beschouwd omdat zij op die laatste aardse dag de hemelse glorie aanschouwden. Die dag werd de naamdag van de heilige waarop hun gedachtenis plaatsvindt. Toen het christendom in de vierde eeuw staatsgodsdienst werd, kwam er een einde aan de christenvervolgingen. Door de kerk werden nu mannen en vrouwen heiligverklaard die op een verdienstelijke wijze uitdrukking gaven aan de navolging van Christus. Een bekende heilige uit de Middeleeuwen is Franciscus van Assisi, die zijn bezit aan de armen gaf om vervolgens als boeteprediker zijn leven te wijden aan het hel-pen van de armen.
Met het verdwijnen van het fenomeen ‘heiligen’ zijn we ook iets kwijtgeraakt. Mensen leren namelijk ook door imitatie, nadoen. Kleine jongetjes zeggen bijvoorbeeld dat ze een succesvolle voetballer als voorbeeld zien, en dat voorbeeld proberen te imiteren. Ik heb dat een gelovige nog nooit horen zeggen. Wij volgen als protestanten in ons leven enkel Christus na. De Rooms-Katholieke Kerk heeft dat beter begre-pen. Tot op de huidige dag worden er mannen en vrouwen door de paus zalig en heilig ver-klaard. Als gelovige krijg je zo voorbeelden aan-gereikt van mensen die onder zeer moeilijke omstandigheden vast blijven houden aan hun geloof (bijvoorbeeld Titus Brandsma) of prakti-sche invulling geven aan de oproep tot navol-ging van Christus (Moeder Theresa).In de Utrechtse Domkerk hangt tegenover de gedachteniskapel een schilderij van P.J. Reuter met 40 namen van geloofsgetuigen van vroeger en nu. Een aantal heeft hun naamdag in decem-ber en op twee van hen wil ik hier wijzen. Allereerst Stefanus (26 december). Hij is de eerste martelaar van het christendom. In Handelingen 7 lezen we zijn indrukkende geloofsgetuigenis waarna hij is gestenigd. De tweede geloofsgetuige is Jochen Klepper (11 december). In het verleden heb ik al eens bij hem stilgestaan in een kerkdienst. Hij is de dichter van het ad-ventslied ‘De nacht is haast ten einde’ (Lied 445) en van nog twee andere liederen uit ons liedboek (250, 947).
Jochen Klepper werd in 1903 als zoon van een predikant in Beuthen aan de Oder geboren.

In 1931 vestigde hij zich als schrijver en dichter in Berlijn. In datzelfde jaar trouwde hij met Jo-hanna Stein, een joodse weduwe die uit haar eerste huwelijk twee dochters had. Vanwege dit ‘gemengde’ huwelijk werd Klepper al in 1933 bij de radio ontslagen. In de jaren die daarop volg-den, werd hem vrijwel alles afgenomen: zijn huis, zijn grond, zijn geld, de mogelijkheid om te publiceren. Uit zijn dagboek blijkt dat hij on-der grote spanning en druk leefde, maar ook dat hij op God bleef vertrouwen. Bijna elke dag die hij in zijn dagboek beschrijft, begint hij met een Bijbeltekst. Heel vaak zijn het ‘vrees niet-teksten’, zoals ‘vrees niet, Ik heb u bij uw naam geroepen, gij zijt mijn.’

Op 10 december 1942 krijgt Jochen Klepper te horen dat hijzelf en zijn jongste stiefdochter Duitsland mogen verlaten maar zijn vrouw niet. Zijn oudste stiefdochter was kort voor de oorlog al naar Engeland uitgeweken. Een mogelijk ver-trek van hem en Renate, de jongste dochter, is onbespreekbaar want ze willen als gezin overleven, anders niet. Op 11 december 1942 schrijft hij voor het laatst in zijn dagboek: ‘Wij sterven nu. Ook dat is in Gods hand. Wij gaan vannacht samen de dood in. Boven ons staat in deze laatste uren het beeld van de zegenende Christus die voor ons strijdt. In het zicht hiervan eindigt ons leven.’

Beide mannen, Stefanus en Jochen Klepper, zijn omwille van hun geloof gestorven. De een gaf een indrukwekkend getuigenis van de inhoud van zijn geloof, de ander van zijn vertrouwen op God. Beiden mogen ons tot voorbeeld dienen. Omdat we op weg naar Kerst zijn, wil ik beslui-ten met een ‘Kerstlied’ van Jochen Klepper. Het lied staat in zijn bundel ‘Kyrie’ uit 1938.

Het graf van het gezin Klepper in Nikolassee
Jochen Teufel - Eigen werk



Kijk maar niet neer op wie je bent
in zwakheid en in zonde.
Kijk naar Hem, die zich tot ons wendt:
de Redder, ons gezonden.
Een hart van inkeer vraagt Hij jou,
op arendsvleugels draagt Hij jou.
Zijn komst vernieuwt jouw leven;
een thuis wil Hij je geven.

Kijk maar niet naar je lage staat,
zo arm aan Godsvertrouwen.
Kijk op en zie jouw Toeverlaat;
op Christus kun je bouwen!
Zie hoe Hij jou bescherming biedt.
De Heer neemt zijn ontferming niet
van wie Hem daarom vragen,
jouw zonden wil Hij dragen.

Ook als je twijfelt, blijft Hij trouw,
weet dat Hij woord zal houden.
Tot een nieuw schepsel maakt Hij jou,
voorbij is al het oude.
Zijn liefde dringt in jouw bestaan;
jouw zonden ziet Hij niet meer aan.
De Heer heeft Zich verbonden,
je bent door Hem gevonden!

Kijk maar niet neer op wie je bent,
God heeft jou opgenomen.
De Heer, die jou volledig kent
is zélf tot ons gekomen!
Zijn naam is Wonderbaar en Kracht,
een Vorst, die vrede heeft gebracht,
die eeuwig recht zal spreken.
Niets zal jou meer ontbreken.

Kijk nu niet neer op wat je vindt,
een kind in sleetse doeken,
de Zoon van God, het Mensenkind,
moeten wij hier juist zoeken.
Hier wacht Hij, tot Hij jou bevrijdt,
hier blijkt zijn macht en majesteit.
Richt nu je blik naar boven
om deze Heer te loven!


Ds. Alco Meesters

terug