Van liedbord naar beamerscherm Van liedbord naar beamerscherm

Een aanzienlijk deel van de kerkdienst werd en wordt er door gevuld. Vroeger omdat het tempo en het ritme waarin werd gezongen veel tijd in beslag nam. De psalmen werden langzaam en op hele noten gezongen (isometriek) Tegenwoordig omdat er meer liederen worden gezongen. De borden hangen meestal in de buurt van de preekstoel, de cen-trale plek in de kerk, en dus goed zichtbaar.

De gewoonte om in een kerk liederen op borden aan te kondi- gen, gaat terug naar de 16e eeuw toen het besluit van Convent van Wessel in 1568 werd genomen. Dat werd gehouden in een periode waarin het protestantisme in ons land voet aan de grond kreeg. ‘Hierby zal men ……..bordekens hangen, daar inne aangewezen wordt wat Psalmen, op welke dag gezongen zullen worden, opdat die wilt horen overdenke’t gene men zingen zal, ….’ Op deze kerkvergadering werd ook gekozen voor de psalmberijming van Petrus Datheen (1531-1588) die meer dan 200 jaar standaard in de Gereformeerde Kerk zou zijn. Er werden echter op veel plaatsen ook andere liederen gezongen.

In 1773 kwam er een nieuwe psalmberijming en toen werd tevens de wens geuit dat er een gezangenbundel zou komen. In 1806 verscheen eindelijk een bundel met ‘Evangelische Gezan- gen’. De liederenschat werd daarmee uitgebreid met 192 num- mers. Vooral in de 18e eeuw ontstond bij velen de behoefte om meer gezangen te zingen in de kerk. Heftige discussies werden daarover gevoerd. Ook pleitten velen voor het ritmisch zingen van psalmen. Verschillende bundels ontstonden aan het eind van de 18e eeuw. In 1866 werd in de Nederlandse Hervormde Kerk de bundel 'Evangelische Gezangen’ aan-vaard naast de officiële psalmberijming van 1773. Daarna volgen, met kortere tussen- pozen, verschillende liedboeken zo ook de in 1938 in de Hervormde Kerk aanvaarde bundel, Psalmen en Gezangen’.

Deze bundel bevatte, naast de 150 ritmisch (!) genoteerde psalmen, 360 gezangen waarin liederen uit de 'schat der eeuwen’ een belangrijke plaats innamen. In 1973, dus 35 jaar later, verscheen het ons zo bekende Liedboek van de Kerken. Dit was het resultaat van de oecumenische samenwerking tussen meerdere prote- stantse kerken. Dat was nieuw, evenals de eigentijdse nieuwe berijming van de psalmen en veel nieuwe gezangen. Ook in de RoomsKatholieke kerk van vóór de Reformatie werden psalmen gezongen. Ten tijde van Luther was het in de katholieke kerk gebruikelijk dat de muziek door een zangkoor werd verzorgd en een hoogliturgisch karakter had. Het kerkvolk zelf zong (vrijwel) niet in de mis. En bovendien waren de gezangen niet in de eigen volkstaal maar in het Latijn. Dit is één van de elementen in de Roomse kerk waar de Refor- matie zich tegen verzet: de gemeente moest in de eredienst kunnen spreken en zingen, niet slechts toeschou- wer zijn. De Reformatie maakt dat de gemeente weer zelf gaat zingen en, zeker zo belangrijk, in haar eigen taal. Daarbij kiest men in de Calvinistische traditie vrijwel uitsluitend voor de psalmen. Duidelijk anders is dat in de Lutherse traditie, waar vanaf het begin ook gezangen naast de psalmen een belangrijke rol hebben. De melodieën van deze psalmen zingen we heden ten dage nog (zo’n 450 jaar oud!)  in onze eigen taal, het
Nederlands.

De aankondigingsborden in de kerken zijn er in allerlei soorten en maten en voorzien van aller-lei teksten. In het algemeen zien we een ontwikkeling van borden met ruimte voor een enkele psalm, naar borden met meerdere regels voor zowel psalmen als gezangen. De oudst be-kende psalmborden zijn klein van formaat en vaak voorzien van een eenvoudige versiering zoals een boog of een zaagrand van rolwerk in combinatie met knoppen. In de loop van de negentiende eeuw komen er in sommige kerken grotere liedborden voor met meer regels. Pas in de twintigste eeuw wordt het grotere aankondi-gingsbord met zes tot acht regels in gebruik ge-nomen. Vele uit de zeventiende eeuw stammen-de aankondigingsborden zijn uitgevoerd in de stijl waarin de kerk gebouwd is. De barok en rococo stijl zijn erg bekend. Maar ook vinden we borden in de Lodewijk XIV-stijl. Het is dus niet teveel gezegd dat de samenzang wezenlijk bijdraagt aan het geestelijke leven van de gemeente. Ondanks dat is de historie van muziek, zang en samenzang in de kerk door de eeuwen heen er een van vallen en opstaan, vaak gepaard gaand met veel moeiten en strijd.
In 2007 werd door de Generale Synode van de PKN unaniem besloten tot de ontwikkeling van een nieuw liedboek. Dit liedboek dat de titel Liedboek - zingen en bidden in huis en kerk zou gaan dragen, is op 25 mei 2013 officieel gepresenteerd.
Wie wil er eigenlijk een nieuw lied- boek: de bovenklasse (de synode), de onderklasse (de kerkganger), of de middenlaag (predikanten, kerkmusici, lokale bestuurders)? Wat moet ver- nieuwd? Dat is velen van ons (de kerkgangers) niet duidelijk. De ver- nieuwingen dragen altijd de onzeker- heid van hun waarde bij zich.

Vandaag de dag is de aanwezigheid van liedborden niet meer zo vanzelf- sprekend. In zowel nieuwgebouwde als oude kerken neemt het gebruik van liedborden af omdat door middel van beamers alle liederen geprojec- teerd kunnen worden op een projectiescherm. Liedborden worden zo overbodig en in menige kerk verdwijnen ze uit het interieur. Ook in onze kerken zijn de liedborden vervangen door de beamer. De liedborden in kerk van Noordwolde zijn op oude foto’s terug te vinden. Ze dateren uit de 19e eeuw, mogelijk uit de tijd dat de zijbeuk aan de kerk werd gebouwd (1853). De donkere liedborden in de kerk van Steggerda zijn mogelijk van begin 1900. Dat kan niet met zekerheid worden gezegd, omdat het niet op de achterkant van de borden vermeld staat.
Bron: Kerkbeheer, maandblad Kerkrentmeesters

terug