Om over na te denken. Om over na te denken.
Op zondag Trinitatis staat de kerk stil bij God die zichzelf laat kennen in de persoon van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Dit leidde in de vierde eeuw tot het formuleren van een dogma waarbij God als één wezen in drie personen werd gezien. Dit wordt het dogma van Gods Drie-eenheid genoemd. Het dogma is niet onomstreden omdat veel mensen zich er weinig bij kunnen voorstellen. Toch valt er wel veel voor het dogma te zeggen. Het dogma van Gods Drie-eenheid vertelt ons namelijk hoe wij over God dienen te spreken. Een dogma is feitelijk niets anders dan een spreekregel! Zoals wij volgens een spreekregel in het Nederlands met twee woorden dienen te spreken als wij beleefd willen zijn, zo moeten wij volgens het dogma van Gods Drie-eenheid met drie woorden over God spreken: Vader, Zoon en heilige Geest.

God is volgens het dogma één wezen in drie personen. Dat wil zeggen dat de ene God zich op drie verschillende manieren laat kennen. God laat zich in de eerste plaats kennen in de persoon van de Vader. De Vader is de hoogverheven God in de hemel, de Schepper van hemel en aarde. In de tweede plaats laat God zich kennen in de persoon van de Zoon die mens werd in Jezus Christus. De Zoon kwam onder de mensen om de wil maar ook de liefde van God de Vader bekend te maken. In de derde plaats laat God zich kennen in de persoon van de heilige Geest die in mensen woont en hen bijstaat.

Het dogma van Gods Drie-eenheid lijkt op het eerste gezicht misschien nogal abstract, maar achter deze spreekregel gaat de menselijke ervaring schuil dat God zowel verheven is als nabij. God de Vader is zo groot dat Hij ons voorstellingsvermogen, ons weten etc. overstijgt. Als mensen vallen wij niet met God samen, maar tegelijkertijd belijden wij niet een God op afstand. In de Zoon is God naast ons komen staan en door de door de heilige Geest is Hij in mensen werkzaam. Door over drie goddelijke personen te spreken, wordt de verhevenheid en de nabijheid van God bijeen gehouden. ‘Loof God, die zegent al wat leeft, der hemelen Heer is Hij, die tussen ons zijn woning heeft. Die ver is, is nabij’ (Lied 273:1).

Wellicht is het u opgevallen dat dit spreken vooral plaats heeft in de liturgie. De doop wordt bediend in de naam van de Vader en van de Zoon en van de heilige Geest. Maar ook geloofsbelijdenissen zijn zo opgebouwd dat eerst de Vader wordt genoemd, daarna de Zoon en ten slotte de heilige Geest. Ook eindigen sommige liederen met een lofprijzing waarin Vader, Zoon en heilige Geest worden geprezen. Het dogma van Gods Drie-eenheid mag dan wel niet in de Bijbel voorkomen, het heeft weldegelijk betekenis en een plaats in de geloofsbeleving van mensen. En soms is het goed om daar even bij stil te staan.

Ds. Alco Meesters
 
terug