Om over na te denken Om over na te denken

Dit verhaal staat haaks op een maatschappelijke tendens waarbij de dood als uitweg wordt gezien bij ondraaglijk lijden. In de media verschijnen regelmatig verhalen over mensen die zelf voor hun dood hebben gekozen. Daarbij vallen vaak woorden als ‘dapper’ en ‘humaan’. Ook is er discussie over het voltooide leven. Wanneer iemand zijn of haar leven als voltooid beschouwt dan zou dat beëindigd moeten kunnen worden. Wat dat voor iemands naasten betekent, wordt gemakshalve buiten beschouwing gelaten.

Net als in andere hoogontwikkelde landenspreekt men in Nederland van euthanasie en hulp bij zelfdoding. Het aantal mensen dat daarvoor kiest, stijgt al jaren. Nederlanders hebben nog nooit zo’n beslissende invloed op hun levenseinde genomen als nu: euthanasie (7000 personen of meer per jaar), suïcides (bijna 2000), verstervingen (duizenden), palliatieve sedaties (28.000). Cijfers van sterven bij voltooid leven en van euthanasie bij dementie kon ik niet vinden. Met elkaar zijn dat ruim 40.000 mensenlevens die voortijdig worden beëindigd. Dat zijn er iets meer dan het aantal mensen dat jaarlijks in Nederland aan hart- en vaatziekten sterft.

Op individuele euthanasiegevallen moet je nooit kritiek leveren, maar het is wel goed om naar de achterliggende tendens te kijken. Waar komt het verlangen naar de eigen dood vandaan? Het constateren dat dit verlangen bestaat om vervolgens te concluderen dat we als samenleving dan maar een zorgvuldig levenseinde mogelijk moeten maken, lijkt mij een verkeerde redenering. Dan leg je je bij voorbaat al bij dit verlangen neer (zie het begin). Beter lijkt het mij te kijken naar waarom mensen willen sterven.

De vraag waarom mensen willen sterven, laat zich niet eenvoudig beantwoorden omdat mensen daarvoor verschillende redenen hebben. Toch wil ik er een aantal noemen: angst voor aftakeling, afhankelijkheid en lijden, ervaren eenzaamheid, gevoelens van overbodigheid. Daarnaast speelt nog een andere motief: de dood wordt gezien als een overgang naar een beter leven. De talloze verwijzingen dat men naar een nieuw bestaan met zijn of haar geliefden toe gaat (‘Aan de overkant staat Geertje op je te wachten’) versterken de doodswens.

In de jaren ’80 en ’90 van de vorige eeuw is er gepleit voor wetgeving voor een humane dood. Het lijkt mij anno 2018 wenselijk dat we ons richten op de regel achter de uitzondering. In ieder mens zit immers iets dat wil leven. De
angst voor aftakeling, afhankelijkheid en lijden is voor veel mensen reëel. Toch hoort dat gewoon bij het leven. Spookbeelden uit het verleden zijn daar ook debet aan: de traumatische ervaring van ziekte en sterven van geliefden. Het is goed om ons te realiseren dat de pallia-tieve zorg de afgelopen jaren sterk is verbeterd, en dat überhaupt de zorg in Nederland goed is.

In de kerk belijden we dat God schepper van alle leven is. Het menselijke leven is een gave, een Godsgeschenk. Toch wordt dat niet door iedereen zo ervaren. Sommigen vinden hun leven eerder een dagelijks terugkerende opgave vanwege ziekte, eenzaamheid of het gevoel van overbodigheid. De zelfverkozen dood kan dan als uitweg uit dit leven worden gezien. Voor de samenleving is dat de gemakkelijkste oplossing. Als kerk zouden we ons daar niet meteen bij
moeten neerleggen. Ieder leven is in Gods ogen waardevol en zo zouden ook wij het moeten zien. Mensen doen ertoe, ook als ze oud, ziek of depressief zijn.
 
Heer,
laat de ene mens
voor de andere
Uw genade zijn –
hoe gebrekkig ook.
Genade van begrip,
van hulp, opbeuring en troost,
van licht en steun, van hoop en trouw.
Genade van vriendschap,
genegenheid,
van vergeving en vertrouwen.
Zoals Gij
onze grote genade zijt,
laat ons, vragen we,
midden in het leven van nu,
een kleine genade zijn voor mekaar.

(Ward Bryninckx)
Ds. Alco Meesters

terug