(Historietje) Halifax stort neer bij Noordwolde
![]() ![]() Een jongeman in Frederiksoord hoort de aangeschoten bommenwerper over komen, terwijl deze strepen van vuur achter zich laat. Het toestel vliegt over het Sterrebos in de richting van het dorp Vledder. Daar passeert het de rand van het dorp en het werkkamp aan de weg naar Vledderveen. Kort daarna, boven de bossen van het Vledderveld, klinkt een hevige explosie en vallen brandende delen omlaag. Door kogelinslag in het bommenruim is daar waarschijnlijk brand ontstaan, waardoor er een ontploffing is. Het gevolg is een flinke opening in de wand van de romp. Delen van de uitrusting, enkele parachutes en kledingstukken worden naar buiten geslingerd. Tegelijk breken delen van een motor, een propeller en een deel van een vleugel af, die later op grote afstand bij de rietpoel/ijsbaan van ijsclub 'Broederschap' in het Oosterse Veld worden gevonden. Op enkele plaatsen vat de heide vlam. Zo laat het toestel in de laatste kilometers van zijn vlucht een spoor van verloren en afgeworpen voorwerpen achter. ![]() ![]() De piloot wist eerder in de nacht van 14/15 april 1942 op de terugweg van een missie naar Dortmund samen met Sammy Bell nog veilig boven Engeland uit een toestel te springen en wordt op 17 juni bevorderd tot officier, dertien dagen dus voor de crash in Noordwolde. ![]() In de weilanden, even ten zuidoosten van het dorp, ter hoogte van de renbaan/ijsbaan lost de bemanning een flinke hoeveelheid brandbommen, die bij de landing een groot gevaar vormen. Daarbij moet de ervaren 28-jarige navigator/bommenrichter James William 'Sammy' Bell (foto) uit het toestel zijn gevallen. Hij wordt gevonden in een bietenveld, waar hij sterft in een kuil die door zijn val ontstaat. Tot een echte noodlanding komt de commandant niet meer. Om twaalf minuten voor één in de vroege ochtend van dinsdag 30 juni 1942, stort het vliegtuig brandend neer ten zuiden van de renbaan in Noordwolde, op korte afstand van de Dwarsvaar Het toestel explodeert met een geweldige knal. Bij 34 woningen worden in totaal 142 ruiten vernield, maar geen enkele burger raak gewond. Drie grote delen, de motoren en een deel van de lading worden in een enorme vuurzee over de naaste omgeving verspreid. De laatste nog levende inzittenden vinden daarbij alsnog de dood. Het is een ingrijpend tafereel voor politie en brandweer als het licht wordt. Overal liggen dode bemanningsleden. In het wrak zit ook nog iemand in een stoel. Achter een huis ligt een groot wrakstuk, waarin de Britse staartschutter Reginald Thomas Adams (21) wordt gevonden. Het plexiglas van de staartkoepel is doorzeefd en mogelijk is hij dus bij de aanval gedood. En pas veel later vindt men in het struikgewas met een ongeopende parachute de Canadese radiotelegrafist Paul Oneson (26). Pas dan geloven de Duitsers dat alle bemanningsleden ook echt om het leven zijn gekomen. In een huis blijkt nog een bom te liggen. Opvallend is dat bijna niemand van de gesneuvelden sporen van uitwendig letsel draagt. Ze moeten door de klap zijn overleden. ![]() Het aantal van acht bemanningsleden in Halifax is verwarrend. Door het meevliegen van a ![]() Op de baar van de Rooms-katholieken waren kaarsen ontstoken en er waren bloemen gelegd. Het was een plechtige bijeenkomst. Onze gedachten waren bij deze jonge mensen en bij u allen die hen niet weer zouden zien.' ![]() Ereplaats begraafplaats De acht lijken worden naar de Hervormde kerk gebracht. Veldwachter Koorn haalt arbeiders uit de fabrieken om de kisten te dragen. Hij kiest ook de plek aan de westrand van de begraafplaats, waar de NSB-burgemeester aanvankelijk een goedkopere plek in gedachten heeft. Koorn wil dat de mannen een ereplaats krijgen. Mevrouw Verdenius, de echtgenote van de plaatselijke huisarts, schreef later over de situatie in de kerk: 'Onze dominee kreeg toestemming om de acht kisten in de kerk op te baren. Daar waren we op de laatste avond voor de begrafenis bij elkaar. Samen luisterden we naar de zachte klanken van het orgel ![]() Het wordt een sobere plechtigheid. Twaalf jonge mannen uit het dorp dragen de kisten naar het ene grote graf, waarvoor grafdelver Jan Bakker extra hulp kreeg om het te maken. Daar houdt dominee Wiersma een korte toespraak in het Duits en werd het "Onze Vader' gebeden in het Engels. Een Duitse erewacht van acht personen - er is eerst in een schuur gerepeteerd - brengt onder het toeziende oog van burgemeester Maas een eresaluut met drie salvo's over het graf. Vervolgens worden de kisten door twaalf jonge dorpsbewoners neergelaten. Na enige maanden worden acht witte, houten kruisen geplaatst. Deze zijn in 1947 vervangen door stenen grafzerken. Monumenten ![]() Op 4 mei 1966 wordt op de begraafplaats door burgemeester Boelens een monument onthuld van beeldhouwer Kreykamp voor alle Noordwoldiger oorlogsslachtoffers. Het is later geadopteerd door de Vensterschool. Ieder jaar wordt er een krans gelegd. Aan de Dwarsvaartweg ligt sinds de onthulling op 30 juni 2002 een monumentje in de vorm van een Drentse veldkei op de plek waar de bommenwerper neer is gekomen. Dat monument is geadopteerd door basisschool De Velden uit Noordwolde-Zuid, die daar ieder jaar een herdenking houdt. ![]() Wilt u nog meer over lezen ga naar Drente in de oorlog | ||
terug | ||